Cruijff geloofde sterk in het idee dat voetbal er voor iedereen moet zijn. Juist daarom voelt het passend dat de internationale voetbalwereld zich onder zijn goedkeurende blik verzamelt. Tijdens de panelgesprekken worden niet alleen zaken als fanbetrokkenheid in de belevingseconomie, de inzet van stadions als strategische activa en de nieuwste manieren om data te gebruiken om talenten te scouten besproken, maar staat ook een panelgesprek over inclusie, diversiteit en gelijke kansen in het voetbal op het programma.
In 2005 startte de Nederlandse KNVB als eerste voetbalbond met een officiële jeugdcompetitie voor voetballers met een beperking. Wat ooit begon als een kleine stap richting inclusie, vormt inmiddels onderdeel van internationale discussies op podia als Soccerex. Twintig jaar later wordt in Amsterdam niet meer besproken óf inclusie een plek verdient binnen het voetbal, maar vooral hoe die plek verder vergroot kan worden.
Soccerex zelf kent inmiddels ook een rijke geschiedenis. Het internationale voetbalcongres werd in 1996 opgericht door Duncan Revie, zoon van de legendarische Engelse bondscoach Don Revie. Het eerste evenement vond plaats in het iconische Wembley Stadium in Londen. Dertig jaar later reisde Soccerex al langs locaties als Dubai, Rio de Janeiro, Singapore, Johannesburg, Miami, Qatar en Cairo. Amsterdam vormt sinds 2024 de thuisbasis van de Europese editie, waar bestuurders, clubs, competities, merken, investeerders en innovators samenkomen om de toekomst van het voetbal vorm te geven.
Na een spectaculaire opening door een freestyler uit Costa Rica en een interview met oud-international Tim Krul staat direct de eerste paneldiscussie van de dag op het programma: ‘Gelijke kansen’, over het bevorderen van inclusie en diversiteit binnen het voetbal. Terwijl bezoekers gedurende de dag voortdurend zalen in- en uitlopen voor netwerkgesprekken en meetings, hoeft het eerste panel niet te klagen over een gebrek aan aandacht. Het gros van de aanwezigen blijft na het zien van Tim Krul hangen voor het eerste panelgesprek.

Onder leiding van moderator Darren Isted schuiven Jeff Lahart (Lead Global Football Development bij Special Olympics), Ben Miller (Global Football Strategy Consultant bij Special Olympics), content creator Dennis Gerkes en Josephina Oji (Global Director Sustainability and Social Impact bij Performance54) aan. Hun achtergronden verschillen, maar de boodschap is opvallend eensgezind: inclusie is niet langer een bijzaak in het voetbal.
Ben Miller werkte eerder in de mediawereld, maakte programma’s over sport en cultuur en haalde via Common Goal miljoenen euro’s op doordat spelers één procent van hun salaris doneerden aan maatschappelijke projecten. Tegenwoordig werkt hij mee aan de wereldwijde voetbalstrategie van Special Olympics. Volgens hem is de manier waarop de voetbalwereld naar inclusie kijkt de afgelopen jaren drastisch veranderd: “Ooit was inclusie een nice to have, iets dat je kon wegwerken met een leuke foto op je socials en een artikel op je website,” vertelt Miller. “Nu speelt het echt een grote rol. Naast de intrinsieke waarde zorgen diversiteit en inclusie ook op andere vlakken, waaronder financieel, voor grote voordelen bij bedrijven en organisaties. Het is een must have geworden.”
Een onderzoek naar Special Olympics Canada wordt aangehaald, waaruit bleek dat elke geïnvesteerde dollar de samenleving $8,76 oplevert in maatschappelijke waarde, onder meer door lagere zorg- en welzijnskosten. Miller vult aan dat investeren in inclusie niet alleen op sociaal vlak relevant is, maar ook interessant is voor bedrijven en partners: “Meer dan tweehonderd miljoen mensen wereldwijd leven met een verstandelijke beperking. Investeren in Special Olympics biedt toegang tot een doelgroep met ongekende loyaliteit.”
Bewustwording is volgens Jeff Lahart nog altijd een van de grootste uitdagingen: “Mensen zijn zich er niet van genoeg van bewust,” legt hij uit. “Niet iedereen heeft een diagnose, er zijn nog veel meer mensen met een verstandelijke beperking dan de cijfers doen vermoeden. Alleen al bij Special Olympics zijn meer dan zes miljoen sporters betrokken.” Volgens Lahart ligt de uitdaging niet alleen bij infrastructuur of speciaal opgeleide coaches, maar ook simpelweg bij hoe mensen kijken naar sporters met een beperking. “Campagnes voeren kost geld, maar het gesprek aangaan met mensen is gratis. Het veranderen van houding en gedrag hoeft geen geld te kosten.”

Jeff Lahart aan het woord / Foto: Soccerex
Juist daar ligt volgens de panelleden een belangrijke rol voor voetbal. Niet alleen omdat het de grootste sport ter wereld is, maar omdat voetbal deuren opent naar grotere maatschappelijke gesprekken. Volgens Miller kun je voetbal uitstekend gebruiken als tool om algemene kwesties aan te pakken.
Ook Dennis Gerkes, die zelf geboren werd met een beperking en met het dagelijks plaatsen van voetbalvideo’s een miljoenenpubliek bereikt, benadrukt het belang van zichtbaarheid. “Veel mensen praten over ons, niet met ons.” Ook ziet hij hoe snel acceptatie kan groeien wanneer zichtbaarheid toeneemt: “Toen ik net begon met voetballen, keken mensen daar nog raar naar, het was iets nieuws voor ze. Maar na een tijdje wordt het normaal en accepteren mensen het.”
De panelleden worden aan het einde gevraagd hoe diversiteit en inclusie er over tien jaar volgens hen uitzien binnen het voetbal. Josephina Oji hoopt dat het tegen die tijd volledig verweven zit in alles wat clubs en organisaties doen. Miller hoopt dan ergens op een strand te liggen, omdat deze vraag tegen die tijd hopelijk niet meer gesteld hoeft te worden. Hij droomt van structurele verandering wat betreft diversiteit op leiderschapsniveau en in de media. Lahart vat het misschien nog wel het mooist samen: “Dat iemand met een beperking overal zomaar kan binnenlopen en zich hetzelfde voelt als iedereen.”
Even later gaat het tijdens een ander panelgesprek over investeren in voetbal. Over groeimarkten, competities en de vraag waar het grote geld de komende jaren naartoe beweegt. De Premier League blijft de grootste speler, clubs uit Japan en Noorwegen worden genoemd als slimme investeringen voor de toekomst. Maar met alle verhalen over maatschappelijke impact, social return on investment en de kracht van inclusie blijft één gedachte hangen. Als voetbal echt een sport van iedereen wil zijn, waarom zouden we dan niet gewoon investeren in Special Olympics?
Dit artikel is geschreven in het kader van de Special Olympics European Football Week (EFW), een jaarlijks initiatief van Special Olympics Europe Eurasia dat sinds 2000 wordt georganiseerd. De European Football Week heeft inmiddels meer dan 700.000 mensen met een verstandelijke beperking in 58 landen betrokken bij voetbal. Het initiatief zet in op zichtbaarheid, inclusie en het creëren van meer kansen om te sporten voor iedereen.
Dankzij jouw steun kunnen mensen met een verstandelijke beperking blijven sporten, groeien en trots zijn op wat zij bereiken. Elke bijdrage helpt om sport toegankelijk te maken en bij te dragen aan een inclusieve samenleving. Gun jij dit sporters uit heel Nederland? Klik hier om te doneren en help mee!

