In 1879 schreef een jongen van veertien een brief aan de burgemeester van Haarlem. Hij had in Engeland een spel gezien dat hem mateloos fascineerde: football. Met een leren bal en een groep vrienden trok hij de Haarlemse weilanden in. Tot ontzetting van vele boeren legden deze bengels daar de basis voor het Nederlandse voetbal. Niet veel later kreeg hij van burgemeester Jordens een eigen speelveld toegewezen.
Die jongen, Pim Mulier, groeide uit tot een van de grootste pioniers binnen de sport. Niet alleen voor het voetbal, maar ook bij schaatsen, hockey, tennis, cricket en nog veel meer sporten verrichtte hij baanbrekend werk. Dat Haarlem bijna anderhalve eeuw later nog altijd in alle opzichten een sportstad is, bewijzen de Special Olympics Nationale Spelen van 2026. Niet voor een handvol kwajongens op een afgetrapt veldje, maar voor duizenden sporters met een verstandelijke beperking die deelnemen aan 24 verschillende sporten op zeventien locaties in de omgeving. Waar burgemeester Jordens destijds al hielp om sport mogelijk te maken voor een groep jonge pioniers, stonden tijdens de openingsceremonie van deze Nationale Spelen de hedendaagse ambtsbekleders opnieuw op het podium om het evenement te openen.
Buiten de lijnen
Terwijl de sporters in de badmintonhal alvast wat overslaan met hun aankomende tegenstander, draaien vrijwilligers de scoreborden terug naar de brilstand. Na elk punt leest de scheidsrechter de stand voor. ‘In!’ ‘Uit!’ ‘16-1!’ ‘28-2!’ Een vrijwilliger ondersteunt hem met de puntentelling en houdt van dichtbij in de gaten of shuttles binnen of buiten de lijnen vallen.

Een dag eerder werd op het podium van de spetterende openingsceremonie in de IJsbaan nog namens alle scheidsrechters een eed uitgesproken. Eerlijk en objectief, zo geven ze leiding aan de wedstrijden. Toch kunnen ze het niet laten om enigszins mee te leven. ‘Oeh… jammer!’, klinkt het als een shuttle net buiten de lijnen valt. En wanneer een van de badmintonners met 28-2 achter staat en de shuttle enkel weet te schampen bij zijn opslag, wuift de scheidsrechter het weg. ‘Die mag nog wel een keertje, toch?’, vraagt hij knipogend naar de tegenstander.
De volgende poging is wel raak, maar net iets te creatief. In twee aanrakingen wordt de shuttle het net overgeslagen. ‘Telt helaas niet, maar wel een mooie dubbelslag!’ Kassim, spelend aan de kant van het publiek op de tribune, stevent op een flinke winst af. Hij wint opnieuw een punt, maar de twijfel slaat toe en hij vraagt het even na: ‘Die was toch niet eroverheen?’ De scheidsrechter lacht. ‘Jawel joh, prachtig mooie bal!’ Na de wedstrijden krijgen niet alleen de tegenstanders, maar ook de arbiters en aanwezige vrijwilligers een handje van de sporters, of ze nou in de laatste minuut nog de winnende hebben gemaakt of met 29-2 hebben verloren.
‘Ik doe het voor mijn plezier’
Op de tribune komt Jeroen van even op adem tussen zijn wedstrijden door. Vroeger heeft hij op het gemeentehuis gewerkt. Daar is van alles veranderd, digitalisering en zo. Nu werkt hij gelukkig in de productie. Elke vrijdag traint hij met zijn teamgenoten van AB Salland. Ze zijn met veel, meer dan de andere teams, dus hij schat de kans groot dat een van hen er met een medaille vandoor gaat. Belangrijk is dat echter niet: ‘We doen het voor ons plezier, weet je. Niet voor die prestige en zo.’
‘Vorig jaar heb ik ook meegedaan, toen ben ik met niets naar huis gegaan. Nu dan goud gewonnen gisteren bij het dubbelspel.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Nou ja. Ik doe het voor mijn plezier.’ Hij moedigt zijn teamgenoten aan. Na een korte stilte, terwijl hij aandachtig het spel blijft volgen: ‘Het is vooral heel mooi dat dit kan. Dat iedereen hier zijn ding kan doen. De scheidsrechters en vrijwilligers doen het ook heel goed.’

Tranen van dankbaarheid
Die waardering klinkt niet alleen in de badmintonhal. Een stuk noordelijker, in Hippisch Centrum De Delft, stapt een ruiter tijdens de prijsuitreiking van het podium. Zilver om haar nek, applaus nog in haar oren. Maar in plaats van nagenieten van haar knappe prestatie springt ze van het podium om linea recta op de vrijwilliger af te lopen die haar en haar paard die dag hebben begeleid. Ze kenden elkaar nog niet, maar met tranen in haar ogen bedankt ze hem uitgebreid. De vrijwilliger zelf weet het ook niet droog te houden.
Ook op Sportpark Pim Mulier staat bij het tennistoernooi een opvallende vrijwilliger langs de lijn. Negentig jaar is ze, maar ze springt nog altijd even enthousiast mee na elk gewonnen punt. Het verbaast de aanwezigen niets. Ze is zelf immers nog enorm actief en staat twee keer per week op de baan. Hoe ze het vond? ‘Ik heb enorm genoten!’

Aan het eind van de dag lopen de sporthallen langzaam leeg. Vrijwilligers vegen shuttles bij elkaar en draaien de laatste scoreborden terug naar 00-00. Buiten staan de Toyota’s klaar die ons van de ene organiserende vereniging naar de andere brengen. In en rond die locaties gaat het werk ondertussen gewoon door. Een scheidsrechter klimt zijn stoel af. Een vrijwilliger checkt nog even of alles is opgeruimd. Iemand deelt de laatste lunchpakketten uit. Terugkijkend op de dag eindigt deze precies waar hij begon: bij al die mensen die ervoor zorgen dat andere sporters in beweging blijven. Want samen kom je verder.
Special Olympics Nederland schreef dit verhaal namens event partner Toyota Nederland
